Nieuws


Nachtrit - Suzan Hilhorst

Nachtrit 15-03-2018

Maandagavond reisde ik ‘s avonds laat naar huis. Ik had over Sara en Liv gesproken op het lentediner van Metakids. Een succesvolle avond met een recordopbrengst. 

Vanuit de Beurs van Berlage loste ik op in de drukte. Eén mens tussen de duizenden. Mijn anonimiteit groeide, waarmee ook de vrijheid die ik zo koester.
Er kwam een groep jongens voorbij. Ze floten naar vijf meisjes die met de durf van amateur-acteurs hun desinteresse veinsden. In een portiek aten twee mannen met smaak een vette, glanzende hamburger. Diepe vriendschap huisde vrolijk in hun zwijgen.
Het stoplicht schoot op groen. De massa stak over en ik volgde. Een gelijkgestemde voetafdruk van leven. In de verte klonk het vertrouwde rinkelen van trams die kwamen en gingen, als één golvende beweging dwars door de stad. 
Het station was een haven van licht en haast. In een gang veegde een oude man wat onzichtbaar stof in de hoek. Zijn rug leek een boog, de bezem een pijl. Hij danste op het ritme van de hal. In zijn oren twee felroze oordopjes.
De trein was bijna leeg. Een stelletje bij de deur verlengde hun afscheid met innige omhelzingen en voorzichtige kussen. De conducteur zag het en floot. Onverbiddelijk. Als een scheidsrechter van liefde.
We vertrokken. Eerst rustig, toen sneller. Een nachtrit langs het water, waarin lichten van huizen en straten zich verscholen als mysterieuze waternimfen. Er waren wegen met aan elkaar geregen auto’s, mensen met wensen en hoop.

En ik dacht aan Sara.
En ik dacht aan Liv.

En ik dacht aan de wonderlijke wereld die zich hier zomaar aan mijn voeten nestelde als een trouwe hond. 
En tot slot dacht ik aan alles wat bestaat en daarmee dus niet bestaat voor hen. Waarna ik, met herwonnen rust, mijn ogen sloot en een eeuwige wereld voor ze droomde.